Warrior cats 1: Een onverwacht gevecht

Summary

Het is een avontuur voor hen van wie wij het meeste houden want soms dromen zei onwaarschijnlijk ook van een leven in de wildernis. De droom was zo levensecht. Alsof ze zich echt bij vierboom bevond, de geur van alle vier de clans drongen door haar neusgaten en ze deed haar mond open om de geuren beter te kunnen ruiken. Hier voelde ze zich thuis, dit was waar ze hoorde. De wind die door de vacht in haar nek woelde en haar twee dierbare kameraden naast haar voelde ze zich onoverwinnelijk.

Status
Ongoing
Chapters
2
Rating
n/a
Age Rating
16+

Hoofdstuk 1

De droom was zo levensecht. Alsof ze zich echt bij vierboom bevond, de geur van alle vier de clans drongen door haar neusgaten en ze deed haar mond open om de geuren beter te kunnen ruiken. Hier voelde ze zich thuis, dit was waar ze hoorde. De wind die door de vacht in haar nek woelde en haar twee dierbare kameraden naast haar voelde ze zich onoverwinnelijk.

‘Nachtkit, wakker worden. Vandaag worden we ingedeeld’. Ze kon de stem van haar neefje goed horen. Mistkit was haar neefje, een grijze kater met witte poten, een witte buik en felblauwe ogen die nog zouden wegtrekken vanwege zijn leeftijd. Hij was een avonturier die al eens op zijn kop had gekregen omdat hij met de krijgers mee wilde jagen. Zijn broer, Stormkit was een zwart witte kater en had een lenig postuur met groene ogen. Hij was wat meer op zichzelf maar had al op jonge leeftijd laten zien dat hij een sterke geest had. Hun moeder Zonnebloem was de zus van haar eigen moeder Grijsstroom. Beiden waren krijgers geweest tot ze moederpoezen werden en hun strijddagen inruilden om voor hun jongen te zorgen.

Nachtkit kwam wat moeizaam overeind nog steeds een beetje in de ban van haar droom. Ze gaf Mistkit een lik over zijn wang en liep huppelend het hol uit. Buiten in de open plek waren al heel wat katten wakker en ze keek met haar grote groene ogen rond om alles in haar op te nemen. Vanavond zou ze er achter komen wie haar mentor zou worden en stiekem had ze gehoopt op de vriendelijke Tijgervacht, een grote stevige kat met vriendelijke gele ogen en een gestreepte vacht. Hij was altijd vriendelijke tegen alle katten die hier in de donderclan leefde en had erg veel respect voor de katten van de andere clans.

Er waren nog veel meer katten die haar mentor konden worden. Zo had je schaduwstroom, de commandant van de Donderclan. Hij was een zwart witte kater die zijn plek tijdens verschillende gevechten had verdiend. Hij had een kras op zijn smalle neus en door zijn lenige postuur was hij een ervaren snelle vechter die een uitdaging nooit uit de weg ging.

Je had ook nog Doornvacht, een slanke lapjeskat met een brede kop. Ze had haar naam gekregen toen ze als kleine kitten in een doornstruik vast was blijven zitten en sindsdien is de vacht op haar rug nooit meer hetzelfde geworden.

Daarnaast waren er ook nog regenblad en witvleugel, beiden wat oudere krijgers, twee broers met beiden helder blauwe ogen. Je had vossenklauw, die een bruin gekleurde vacht had en een flinke scheur in zijn oor. Veroorzaakt door een vos die hem bijna zijn leven had gekost toen hij nog maar kitten was.

Hemelpad was een volledig oranje vrouwtjeskat met grote groene ogen. Ze werd zo genoemd bij haar geboorte omdat ze was geboren in de strengste bladkaal die de clan in jaren had gehad. Haar zusjes waren dood geboren en haar moeder overleed enkele dagen later aan bloedverlies. Hemelpad is door een van de moeders opgevoed en is nog altijd beschermend over Kraaienvacht, de nachtzwarte oudste die toen der tijd een moederkat was.

Als laatste mogelijkheid had je Donderkracht, een donkergrijze kat met grijze ogen en stevige grote poten waardoor hij lange tochten kan lopen en goed kan klimmen.

Nachtkit liep vrolijk de open plaats over onderweg naar het hol van Honingbloem en haar leerling Spikkelpoot. Spikkelpoot was pas een maan geleden van hol verwisseld en had de leerling naam gekregen van Goudster, de clanleider.

Vrolijk huppelde Nachtkit naar het hol en voor de ingang schudde ze even met haar kop om de frisse wind uit haar vacht te schudden. Toen ze naar binnen wilde lopen botste ze bijna op tegen Honingbloem ‘Goeiemorgen Nachtkit’ zei ze vrolijk. ‘Goeiemorgen Honingbloem, is Spikkelpoot binnen?’ vroeg Nachtkit enthousiast en gaf Honingbloem een begroetende zwaai met haar staart. ‘Ja, ze werkt momenteel aan de poot van de oude Vlekneus. Hij is weer in een doorn gaan staan’.Nachtkit gaf een laatste knikje en liep door de opening naar binnen. In een van de met varen bedekte ligplaatsen lag Vlekneus languit terwijl Spikkelpoot zijn achterpoot behandelde. ‘Als je morgen terug komt smeer ik er nieuwe gemalen goudsbloem op. Zet er niet te veel kracht op, dan is het sneller genezen’.

Spikkelpoot mocht al veel doen van haar mentor Honingbloem en iedereen was er blij mee dat een leerling de taak van medicijnkat wilde overnemen als de liefdevolle Honingbloem dat niet meer kon. De oude Vlekneus gaf haar een dankbare lik over haar wang en stond voorzichtig op. ‘Dankjewel, zeg maar tegen je mentor dat je het goed doet als medicijnkat leerling’. Vertelde hij haar en gaf Nachtkit een zwaai met zijn staart toen hij het hol uit hinkte.

Vlekneus was een oude kat die de leiders wisseling nog had meegemaakt. Er gingen veel verhalen over hem rond in het kamp maar geen enkele kat wist wat waar was, op Goudster na misschien. Vlekneus leek heel erg op de jonge Tijgervacht, met zijn gestreepte donkere vacht en sterke ogen was hij een wijze oude kat die vaak om advies werd gevraagd als het om het belang van de clan ging. Hij was aan de magere kant en soms vroeg Nachtkit zich af of hij wel genoeg at.

‘Hallo Nachtkit, wat ben jij vrolijk’. Merkte Spikkelpoot op en tikte even haar neus tegen die van haar mede clangenoot. Spikkelpoot was een mooie bruine kat met zwarten stippen in haar nek en op haar kop. ‘Vanavond krijgen mijn neefjes en ik een leerling titel, ik vraag mij af wie mijn mentor zal worden’. Ze verzette haar gewicht van de ene op de andere poot en leek er een beetje door te wiegen. ‘Was jij nerveus?’ vroeg ze aan de jonge leerling. ‘Nee, maar ik wist al sinds ik nog bij mijn moeder lag dat ik de andere katten wilde helpen waar ik kon en Goudster had dat ook snel in de gaten, voor mijn ceremonie hebben mama en ik een gesprek met hem gehad en zo kwam ik hier’. Vertelde ze met trots. Niet veel jongen krijgen de kans om met Goudster te praten aangezien hij altijd druk bezig is met de vrede bewaren tussen de clans samen met Schaduwstroom. Wat zou het een eer zijn om Goudster ’s leerling te zijn! Dacht Nachtkit bij haarzelf.

Toen zonhoog was aangebroken was Nachtkit samen met haar neefjes bij de kraamkamer aan het spelen, ze dook bovenop Mistkit terwijl ze Stormkit ontweek. Drie krijgers kwamen langslopen met prooi in hun bek om de voedselvoorraad aan te vullen voor de bladval die er aan kwam. Het zou weer wat kouder worden en volgens Goudster zou het veel gaan regenen. Terwijl Nachtkit haar focus legde op de drie krijgers voelde ze een flinke duw in haar rug en sloeg tegen de grond aan terwijl Stormkit triomfantelijk boven haar stond. ‘Volgens Schaduwstroom moet je nooit je focus verliezen als je aan het vechten bent’. Vertelde hij en zijn groten ogen stonden uitdagend.

‘En wanneer heeft hij je dat dan verteld?’ vroeg Nachtkit uitdagend terwijl ze hem een duw gaf’. ‘Ik heb hem dat horen vertellen tegen Doornvacht na dat gevecht langs de Donderclangrens bij de beek’. Vertelde hij trots en sprong nog een keer opzij toen Mistkit op hem af dook.

Toen Nachtkit klaar was met het stoeien met haar neefjes liep ze naar het nest van de oudsten om nog wat verhalen te horen van vroeger. Toen ze het hol van de oudsten binnenliep zag ze direct haar opa Maanblad, hij was een witte kat met zwarte plekken op zijn rug.

Toen hij haar zag aankomen ging hij al liggen en vouwde zijn poten onder zich. ‘Welk verhaal wil je vanavond horen?’ vroeg hij en gaf een lik over Nachtkit ’s wang.

‘Kan je me vertellen over de dag dat je jouw krijgersnaam kreeg?’ vroeg ze enthousiast en Maanblad moest lachen. ‘Ben je zenuwachtig voor vanavond Nachtkit?’ vroeg hij en ze schudde snel haar kop. ‘Nee, alleen vraag ik mij af of ik het wel kan’. Vertelde ze hem zacht en keek naar de varens waar haar opa op lag.

‘Kleine Nachtkit, als sinds je moeder jou ter wereld bracht hebben we het er hier in het oudstenhol erover wat voor een goeie nachtjager jij zou kunnen worden. Je bent snel en lenig en ik geloof dat met de juiste mentor en goede training het niet lang zal duren tot jij jou Krijgernaam krijgt. Net als je neefjes weet ik zeker dat jullie ons trots zullen maken en je clan op de eerste plaats zullen zetten’. Vertelde hij haar en likte geruststellend haar kop.

‘Weet je, toen ik nog door de bossen heen renden hebben Vlekneus en ik heel wat avonturen beleeft!’. Zei hij en wende zich tot Vlekneus. ‘Weet je het nog? Toen we ruzie hadden gezocht met een uil en hij bijna je oren te pakken had gekregen?’ zei hij lachend en hij hoorde Vlekneus knorren. ‘Of toen we bij het meer kwamen en per ongeluk aan de verkeerde bloem hadden geroken waardoor we dachten dat de drek in het water gras was? Mijn vacht stonk nog dagen naar riviersmurrie’. Hij merkte dat Nachtkit al wat minder nerveus werd en ze luisterde aandachtig naar de verhalen van de oude krijgers. ‘Die bladkaal was bijna mijn oor er af gevroren, gelukkig hadden we Rozenblad toen nog als medicijnkat anders was ik door het leven gegaan als Eenoor’.

Vertelde Vlekneus lachend en ging toen weer verder met zijn borst wassen.

Toen de maan bijna op zijn hoogste punt stond kwam Grijsstroom binnen en zwaaide met haar staart. ‘Kom je Nachtkit, het is bijna tijd’. Vertelde ze en Nachtkit gaf Maanblad nog een laatste knik en holde toen naar haar moeder.

Samen liepen ze naar de opening in het veld om samen met haar moeder naast haar neefjes te gaan zitten. ‘Nachtkit, ik ben trots op je’ zei Grijsstroom terwijl de katten zich verzamelden bij de hoge rots. ‘Dankje mama’ zei ze zacht terug en de moederkat en haar dochter raakten even snel elkaars neuzen aan.

Toen de maan op z’n hoogste punt stond keken alle katten omhoog naar de rots. Bovenop was Goudster komen te staan en zo zag Nachtkit hoe hij aan zijn naam kwam. In het maanlicht waren zijn ogen een prachtig geel gouden kleur die warmte uitstraalden.

‘Op deze maanhoog komen wij bijeen om drie nieuwe clanleden hun leerlingennaam te geven. Kom maar naar voren jullie drie.’

Trots liepen ze alle drie naar voren en Nachtkit voelde haar buik rommelen van nervositeit.

‘Vanaf deze dag’ miauwde Goudster neerkijken op haar grijze neefje, ‘tot hij zijn krijgersnaam heeft verdiend zal deze leerling Mistpoot heten, laten wij hopen dat hij net zo’n snelle en lenige jager wordt als jij Vossenklauw. Het is lang geleden dat jouw leerling overleed aan de zwarthoest. Ik weet zeker dat je een fantastische leraar zal zijn voor Mistpoot’.

Vossenklauw knikte dankbaar en Mistpoot gaf een zwaai met zijn staart toen hij naar zijn nieuwe mentor ging. Hij ging trots naast hem zitten en hield zijn kop omhoog om trots te laten zien dat hij een leerling was. Toen draaide Goudster zich naar haar. Haar poten trilde een beetje toen ze een stap naar voren deed en ging zitten. ‘Deze leerling,’ zei hij en keek neer op Nachtkit. ‘Zal vanaf vandaag Nachtpoot genoemd worden tot zei haar krijgersnaam heeft verdient’. In haar hoofd noemde ze haar eigen naam een paar keer en was tevreden over hoe goed het klonk. Tot ze realiseerde dat nu haar mentor gekozen werd.

Ze hield gespannen haar adem in. Enkele seconden leken wel uren te duren en ze keek stilletjes naar alle krijgers. ‘Doornvacht. Jij bent ooit getraind door de moedige oude krijger vlekneus en bent daardoor een ervaren krijgster geworden. Jij zal Nachtpoot trainen en jouw kwaliteiten en wijsheid aan haar doorgeven’. Opgelucht haalde Nachtkit adem en keek naar Doornvacht. Ze straalde vriendelijkheid uit met haar grote gele ogen. Met een zwaai van haar staart wenkte ze Nachtpoot bij haar en voor ze naar Doornvacht toeliep gaf ze haar moeder nog een duw tegen haar kin en kreeg zelf een lik over haar wang. Ze voelde het, haar moeder was trots!

Uiteindelijk was alleen nog Stormkit over en hij leek nerveus heen en weer te wiegen. ‘En deze derde leerling zal Stormpoot heten, hij zal door mijzelf getraind worden en de wijsheden die mij geleerd zijn zullen ook hem bij wijze worden gebracht’. Stormpoot kon zijn oren niet geloven, zijn ogen waren groot en zijn bek viel er van open. Nachtpoot wist dat hij als sinds de eerste aanblik op Goudster toen hij nog heel erg jong was hij groot ontzag had voor de Donderclan leider en soms had hij het er wel eens over dat wanneer hij krijger was ze zij aan zij mochten vechten. Nooit had hij durven dromen dat hij zijn leerling mocht zijn.

Nachtpoot keek naar zijn moeder en ze had zelf tranen van trots in haar ogen. Voor de moederkatten was dit moment net zo spannend als voor de jongen. Ze moesten hun vertrouwen in de krijgers leggen om goed voor hun jongen te zorgen.

Nachtpoot zat trots naar Doornvacht en ze raakten even elkaars neus aan. ‘Morgen begint de training en vannacht zullen jullie in het leerlingenhol slapen samen met Sneeuwpoot en Wilgpoot. Heb een goede nachtrust want vanaf morgen wordt er goed getraind, bladval is op komst en we kunnen alle hulp gebruiken die er is. Een goede nacht’. Zei Goudster en gaf Stormpoot een knikje toen hij terug liep naar zijn hol.